| Stormkraai ( @ 2009-06-28 22:51:00 |
Zomerse zondagen
Tja, je moet. Te warm om je te bewegen. Te saai om niets te doen. Dus zoek je de gulden middenweg. De mijne:



Alles eigenhandig ingebracht, zo mogelijk. Met een beetje hulp van een allerlieflijkste huismuis. Een beetje van jezelf, een beetje van Maggi. Tihihihi. Ik ga stuk. Ik word doodmoe van mezelf. Van de hitte. Mijn beperkte uitdrukkingsvermogen. Ik wil jullie iets vertellen maar weet niet hoe en wat. Maar op het puntje van mijn tong groeit van alles. Woorden, hopen, met mest, een bloemetje ontsproten aan die stinkende fecaliën, er worden steden gebouwd, maar ik kan ze niet zien, bevatten, beschrijven. Help me, ik verdrink. Waar moeten we naartoe? Mijn hoofd voelt te klein voor mijn ambities. Elke fractie uitbreiding voelt als gebroken oppervlaktespanning. Een druppel over de rand van de spreekwoordelijke emmer.
Dus ging maar bloemen plukken. Ik wil een tuin en tuinieren. Of zo'n zentuin. Zodat zij en ik elke dag alle kiezels keurig kunnen laten krioelen, van links naar rechts, in oneindig onbegrijpelijke patronen. En een rotsblok om op te zitten, als een denker. Zodat ik mezelf het gevoel kan geven betekenisvolle filosofie uiteen te zetten.
Maar in feite worstel ik met dezelfde insignificanties als elk jong volwassene. En waan ik mezelf wellicht meer dan ik in werkelijk ben.
Schoenmaker, blijf verdomme toch gewoon eens bij je leest.
Tja, je moet. Te warm om je te bewegen. Te saai om niets te doen. Dus zoek je de gulden middenweg. De mijne:



Alles eigenhandig ingebracht, zo mogelijk. Met een beetje hulp van een allerlieflijkste huismuis. Een beetje van jezelf, een beetje van Maggi. Tihihihi. Ik ga stuk. Ik word doodmoe van mezelf. Van de hitte. Mijn beperkte uitdrukkingsvermogen. Ik wil jullie iets vertellen maar weet niet hoe en wat. Maar op het puntje van mijn tong groeit van alles. Woorden, hopen, met mest, een bloemetje ontsproten aan die stinkende fecaliën, er worden steden gebouwd, maar ik kan ze niet zien, bevatten, beschrijven. Help me, ik verdrink. Waar moeten we naartoe? Mijn hoofd voelt te klein voor mijn ambities. Elke fractie uitbreiding voelt als gebroken oppervlaktespanning. Een druppel over de rand van de spreekwoordelijke emmer.
Dus ging maar bloemen plukken. Ik wil een tuin en tuinieren. Of zo'n zentuin. Zodat zij en ik elke dag alle kiezels keurig kunnen laten krioelen, van links naar rechts, in oneindig onbegrijpelijke patronen. En een rotsblok om op te zitten, als een denker. Zodat ik mezelf het gevoel kan geven betekenisvolle filosofie uiteen te zetten.
Maar in feite worstel ik met dezelfde insignificanties als elk jong volwassene. En waan ik mezelf wellicht meer dan ik in werkelijk ben.
Schoenmaker, blijf verdomme toch gewoon eens bij je leest.